Nog tot 25 april trakteert het ¡Mexico! Festival in Brussel op een leuke tentoonstelling: Alebrijes. De gelijknamige fantasiewezentjes symboliseren één van de sterkste emoties, angst. Resultaat? Kleur, horror en fun.
Flitsende tanden, puntige tongen, witte hoorns, uitgetrokken klauwen en lange staarten. Duidelijk dat de alebrijes geen pluizig gevoel willen losmaken. Ook al zien de diertjes er vaak agressief uit, vind ik ze allesbehalve lelijk. De gedetailleerde kleurpatronen fascineren me. Sommige van deze kunstwerkjes lijken zelfs een ziel te hebben. Ze zien er gewoon zo af, zo uitgewerkt uit. De glazen kooien waarin ze pronken, lijken ons als het ware te moeten beschermen tegen zoveel boosaardigheid.
Mexico wordt ieder jaar overspoeld door kleurrijke dierenfiguurtjes uit hout. Maar de alebrijes – ‘fantasieën’ – staan een trapje hoger: er zit meer expressie in. Over de oorsprong van deze boosaardige beestjes doen veel verhalen de ronde. Het bekendste verhaal luidt dat de eerste alebrije midden in de jaren 1930 werd gemaakt door Pedro Linares.
Het beeldje moest de tijdens de Mexicaanse goede week verbrand worden om het volk van haar angsten te bevrijden. De alebrije symboliseerde een duivel of Judas. Het verbrandingsritueel werd jaar na jaar herhaald. Het vervaardigen van alebrijes werd zelfs een eigen ambacht, overgenomen door de gemeenschap van de kartonverkopers in Mexico-stad.
Die eerste figuurtjes werden vervaardigd van papier-maché. Op een frame in ijzerdraad of gevlochten riet werden stukjes papier of karton gekleefd en minutieus tot het kleinste detail gemodelleerd. Daarna werd de constructie met de hand beschilderd in de meest onmogelijke kleuren.
De alebrijes sloegen aan. Kort na het succes in Mexico-stad doken gelijkaardige beeldjes op in Oaxaca. Die waren evenwel in een compleet verschillende stijl en met andere materialen gecreëerd. De handwerkmensen van Oaxaca stammen uit een lange traditie van houtbewerkers. Zij sneden alebrijes uit copalhout.
Het succes van de alebrijes wordt weerspiegeld een optocht van levensgrote exemplaren. Ieder jaar in oktober vindt de Noche de Alebrijes in Mexico-stad plaats. Gedoseerde en plezierige horror, vindt curator David Asnar van het Museo de Arte Popular. De organisatoren van het ¡Mexico! Festival waren onder de indruk van dit jaarlijkse evenement. Het Mexicaanse Museo de Arte Popular had hun aandacht getrokken door de betrokkenheid van een Belgische vrouw, Marie Thérèse Hermano de Arango. Zij stimuleert de ambachtslui om hun beste stukken aan het museum te verkopen.
Inderdaad, de alebrijes werden al snel commercieel. Toch is het nooit tot een massaproductie gekomen. De stukken in het Paleis der Schone Kunsten zijn uniek, net als die in het Museo de Arte Popular in Mexico. Als je in de Hortahal van het Brusselse museum rondstruint, merk je dan ook de diversiteit van de alebrijes op. Het concept is hetzelfde, maar er zijn verschillende stijlen aanwezig. Sommige creaturen vind ik heel angstaanjagend. Zo heb je een visachtige kolos met twee skeletten in de aanslag. Andere lijken dan weer meer op betoverd kinderspeelgoed. Ik stond helemaal versteld toen ik opeens tussen al die wrede schepsels een kleurrijke varaan ontwaarde, die slagwerk speelt. Een enkele ambachtsman die zijn angsten weglacht?