vrijdag 30 april 2010

SOS BRUSSEL

Wat Rotterdam kan, kan Brussel ook.

De situatie in Brussel begint te lijken op een Lucky Lukestripverhaal. De mensen hebben nog weinig vertrouwen in de politie en de politiek. Er heerst immers een klimaat van straffeloosheid. Juweliers bewapenen zich meer en meer, om het recht in eigen handen te nemen. De politie komt net als de cavalerie in Lucky Luke haast steeds te laat.

Het zijn net Amerikaanse toestanden: burgers die waken over hun eigen veiligheid. Na verschillende gewapende overvallen is het geen wonder dat vier op de tien juweliers in de regio Brussel zich een vuurwapen hebben aangeschaft. En evenmin dat zes op de tien beweren dat wapen ook te willen gebruiken bij een overval.

Het geweld in Brussel beperkt zich vooral tot enkele buurten. Kuregem, Molenbeek en Anderlecht zijn de rotte plekken van de stad. De afgelopen maanden heeft een resem van grimmige gebeurtenissen zich voltrokken, waarvan sommige door de burgemeester van Brussel - Freddy Thielemans - worden afgedaan als faits divers. Gewelddadige overvallen op juweliers (één juwelier kwam zelfs te overlijden), een school in Anderlecht werd weggepest, een schietincident met een kalashnikov, rellen in Kuregem en Molenbeek passeerden de revue. Vorige week maandag nog werden twee agenten van de spoorwegpolitie in de val gelokt door een groep allochtone jongeren van 30 à 40 man, toen ze tussenbeide kwamen in een gevecht tussen twee jongeren in metrostation Rogier.

De veiligheidssituatie in Brussel is prioritair. Japanse bedrijfsleiders zijn zo bezorgd om de veiligheidsproblematiek in Brussel dat ze dreigen niet te investeren in onze economie. De criminaliteit in Brussel zou ook samenhangen met de stadsvlucht. Burgers nemen het recht in eigen handen en bewapenen zich tegen overvallers. Het gaat duidelijk de verkeerde kant op. Want als er steeds meer wapens opduiken, belanden we in een vicieuze cirkel van geweld.

Een oplossing voor Brussel moet haalbaar zijn. Rotterdam kende een gelijkaardig probleem in de jaren ’90. De wijk Spangen kende een gestage verloedering. De overheid heeft dan een totaaloplossing in praktijk gebracht. Drugsdelinquenten werden opgepakt, meelopers kregen een tweede kans. Ze moesten opnieuw naar school gaan, een stage volgen of een job aannemen. Daarnaast werden de huizen aangepakt, want verloederde huizen trekken nu eenmaal louche figuren aan.

Een soortgelijke aanpak is in Brussel op zijn plaats. Want wat onze noorderburen kunnen, kunnen wij toch ook? En als we Johan Leman, de voorzitter van het regionaal integratiecentrum Foyer in Molenbeek, mogen geloven, is de situatie in Brussel een stuk rooskleuriger. Hier gaat het maar om een kern van 300 jongeren die voor problemen zorgen. Tegenover 700 delinquenten indertijd in Rotterdam.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten